Wie het kleine eert…

Imkers houden van grote sterke bijenvolken. Grote volken zijn beter bestand tegen ziektes en varroa mijten, grote volken bestuiven beter en halen ook sneller meer honing binnen. Kleine volkjes worden vaak gemaakt om jonge koninginnen te kweken, die dan snel verenigd worden met grote volken om bijvoorbeeld een  ouder wordende moer te vervangen.

Sinds half Juni heeft Henzenhoning een piepklein volkje onder zijn hoede. Een paar straten verderop zat een grote nazwerm die door een andere imker van buiten Woudenberg is geschept. Nazwermen kenmerken zich doordat er meerdere jonge, onbevruchte moeren in kunnen zitten. Het scheppen van zo’n zwerm is derhalve lastig, want hoe weet je dat je alle koninginnetjes te pakken hebt? Ook in dit geval bleken de geruststellende woorden van de collega “maakt u zich niet druk mevrouw, die laatste paar bijen zijn met een dag vertrokken” voorbarig. Vier dagen na het scheppen hing er nog steeds een trosje bijen in de tuin die niet van plan leken om te vertrekken.

De bewoonster wilde toch graag van deze gasten af en kwam bij Henzenhoning aan de deur. Na een snelle inspectie was duidelijk dat er een moer in het trosje zat en de bijen waren zelfs al bezig om – in de open lucht! – raat te bouwen. Gelukkig was de zwerm eenvoudig af te schudden en ‘s avonds zaten vrijwel alle bijen in de korf op de grond. Weer een teken dat er een moer tussen zat want zonder moer zouden de bijen snel terugvliegen naar hun oude plek. Zeker omdat ze er al zo lang zaten. Om terugvliegen zo veel mogelijk te voorkomen werd de tak van het nest van bijenwas ontdaan en grondig afgespoeld om de nestgeur te verwijderen.

Thuis is de korf met het volk 24 uur koel weggezet. Bijen nemen voor 3 dagen eten mee als ze gaan zwermen, en met zwermen die meteen geschept zijn is het gebruikelijk om ze 3 dagen koel te zetten. Zo kunnen de eventuele meerdere moeren onderling uitmaken wie de sterkste is, en vormt het volk een hechte eenheid die vergeet waar ze het laatst hun thuis hadden. Hun “bijen-GPS” is als het ware ge-reset. Aangezien in dit geval de zwerm al 4 dagen hing en, alhoewel de linde volop bloeide en er voldoende voedsel te vinden was, de voersituatie van het volkje onzeker was, is besloten om geen risico te nemen en maar 1 dagje koel te staan.

De volgende dag werd de korf buiten open gezet. Niet op de stand bij de andere volken maar op het balkon, de “intensive care” waar het rustiger is en de imker regelmatig even makkelijk kan kijken hoe het gaat. De vliegbijen gingen er vlot vandoor en de bewoonster meldde dan ook dat er diezelfde dag behoorlijk veel bijen rondvlogen in haar tuin. Een teken dat de GPS reset niet volledig was en de bijen toch op zoek waren naar hun koningin op de oude locatie. Gelukkig bleef het volkje wel in de korf en was de overlast van bijen opgelost. Om de bijen te helpen is eerst gevoerd met suikerdeeg. zo hoeven de vliegbijen niet te veel energie te steken in fourageren en kan alle aandacht naar de raatbouw gaan. Inmiddels is er een stukje raat gemaakt en lijkt het dat er al een piepklein broednestje is aangezet. Een goed teken want dan is de moer succesvol op bruidsvlucht geweest!

Omdat de lindedracht uitermate teleurstellend is geweest en we nu een drachtarme periode hebben worden alle volken gevoerd met suikerwater. Ook het intensive-care volkje in de korf krijgt elke dag een scheutje. Hopelijk groeit het volkje door en kunnen we in het najaar kijken wat de beste oplossing is om de winter in te gaan. Zelfstandig inwinteren of samenvoegen met een ander volk.

De imker is vandaag verrast met een blijk van dank voor het scheppen, een leuk gebaar dat zowel de imker als de bijen zeer waarderen!

“Wie ut klènuh niet eert, is de mènuh niet weerd” zou Haagse Harrie gezegd hebben.