Navigeren is een kunst

Plaatsbepaling en het vinden van de juiste weg is een essentiele vaardigheid voor de honingbij. Ze orienteren zich op de stand van de zon, op vormen zoals begroeiing en bebouwing, geur, kleur en -waarschijnlijk – het aardmagnetisch veld.

Dat het navigeren niet altijd even goed gaat is een bekend feit. Zeker bij lastige omstandigheden zoals sterke wind en bijenkasten die op elkaar lijken en vlak naast elkaar staan vervliegt een bij wel eens. Voor een vreemde werkster die met stuifmeel of nectar naar binnen wil gaan wachtbijen meestal wel aan de kant. Darren zijn notoire kasthoppers en gaan ongehinderd hun gang over de hele stand. Voor een volk is een koningin die zich vervliegt daarentegen een regelrechte ramp met soms fatale gevolgen. Immers, zonder koningin is een volk reddeloos verloren, tenzij er larfjes zijn achtergebleven waaruit snel een nieuwe koningin kan worden gekweekt.

Vandaag was het een groot deel van de dag bewolkt, rond de 20 graden, enigszins winderig en al met al een best aardig vliegweer. Er is dracht dus de bijen gingen volop de kasten in en uit.

Op een tweetal rustige plekken in de tuin, op afstand van de drukte bij de grote volken, staan sinds gisteravond drie kleine bevruchtingskastjes. In deze kastjes zit een piepklein kernvolkje van +/- 200 bijen, samen met een pas uitgekomen raszuivere Carnica moer. Deze moeren komen van een gespecialiseerde teler die het Carnica ras door middel van gerichte selectie teelt. Eigenschappen als zachtaardigheid, rustige raatzit, varroa-hygienisch gedrag en honingopbrengst bepalen of van een moer nageteeld wordt.

Zoals de naam al aangeeft is het primaire doel van de bevruchtingskastjes om te zorgen dat een jonge moer succesvol bevrucht raakt. Een eenmaal bevruchte moer moet snel overgezet in een groter volk waar ze meer ruimte en verzorgers heeft.  De eerste dagen gebruikt een jonge moer voor orientatievluchten en daarna gaat ze één of meerdere keren op bruidsvlucht. Ze paart dan met 15-20 darren en verzameld zo genoeg sperma om tot 5 jaar lang eitjes te leggen.

De kastjes zijn genummerd met 1, 2 en 3 en aangezien bijen beter zijn met kleuren dan getallen, ook voorzien van verschillend gekleurd plastic op het dak. Ondanks alle voorzorgen bleek het deze eerste dag toch lastig voor twee jonge Carnica moeren om hun huis terug te vinden. De imker zag op de patio een plukje bijen zitten op de stengel van een uitgebloeide tulp. De nieuwe moeren zijn groen gemerkt voordat ze hun kastjes in gingen en tussen het gefriemel zat inderdaad een moer met een groene stip op de rug. Een snelle inspectie liet zien dat kast nr. 2 nog bijen bevatte maar dat kast nr 1 vrijwel leeg was.  Door de stengel van de tulp voorzichtig los te knippen, het deksel van het kastje af te halen en de bijen in de kast te schudden was deze moer weer vlot op haar plek. De rondvliegende bijen trokken meteen de kast weer in als bewijs.

Even later lag op het gras, naast de stomp van de jaren geleden verwijderde kersenboom, nog een hoopje bijen. Tussen het gras was lastig te zien of er een moer bij zat maar kast nr 3 aan de andere kant van de struik had ook amper bijen. Hoogstwaarschijnlijk nog een moer met navigatie problemen! Scheppen op het gras is lastig, de oplossing was om de bodemplaat van het bevruchtingskastje weg te halen en de kast op het hoopje bijen plaatsen. Na een half uur voorzichtig optillen en er was geen bij meer in het gras te bekennen, terwijl uit het kastje een zacht tevreden gezoem klonk. Ook deze bijen en hun koningin waren met hulp weer op hun plek terug. Ondertussen had de imker alle kastjes van nieuw suikerdeeg voorzien. De bijen hoeven dus geen energie te spenderen aan voedsel verzamelen maar kunnen volop raat bouwen zodat de moer, mits goed bevrucht, snel aan de leg kan. Hopelijk gaat het navigeren bij de moertjes de komende dagen beter!